Vertalingsmethoden
Hoe goed zijn vertalingen als weergave van de oorspronkelijke tekst? En hoe acceptabel is een vertaling in de ‘omgangstaal’? Vertalers hebben hun vertaalopvattingen en die veranderen met de tijd. Traditionele vertalers streefden naar een zo letterlijk mogelijke weergave. Moderne vertalers willen de tekst interpreteren en vertalen dus vrijer.
Hoe betrouwbaar zijn vertalingen? En wat is eigenlijk ‘betrouwbaar’? Moet een vertaling plechtig en traditioneel zijn? Of is een populaire weergave ook goed? Laten we eens kijken naar enkele voorbeelden. In Markus lezen we: (de mensen) zeiden tegen (Jezus): ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u’. Katholieken geloven echter dat Maria altijd maagd is gebleven. Als nu een Katholieke vertaler vertaalt: ‘Zie, uw moeder en uw verwanten staan buiten’, is dat dan fraude? In Mattheüs staat ‘En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel.’ Katholieken echter noemen iedere priester ‘pater’ (vader). Als nu een Katholieke vertaling hier leest: ‘En u zult op aarde niemand uw stamvader noemen’ is dat dan verkeerd vertaald? In Filippenzen 2:6 staat in de NBG’51 Vertaling over Jezus: ‘die, in de gestalte Gods zijnde het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht’. Dit is een letterlijke weergave van het Grieks. Het verwijst naar Adam die geschapen was ‘naar Gods beeld’, maar die het aan God gelijk zijn dacht te kunnen roven (Genesis 3:5). Paulus vertelt ons dat Jezus slaagde waar Adam faalde. Maar in de theologie leert men dat Jezus van eeuwigheid af al aan God gelijk is geweest en dan is zo’n vers een probleem. De Petrus Canisius vertaling vertaalt daarom: ‘Want hoewel Hij Gods gestalte bezat en zijn gelijkheid met God geen roof hoefde te achten …’ De NBV vertaling gaat een stap verder: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van.’ Het Boek, tenslotte, zegt: ‘die, hoewel Hij God was, zich niet heeft vastgeklampt aan zijn goddelijke rechten.’ Hoe kan één vers tot zulke uiteenlopende vertalingen leiden? En is er in alle gevallen nog wel sprake van een vertaling? Daarvoor moeten we eerst iets meer weten van vertaalprincipes.
Concordant vertalen
Vertalen gebeurt niet lukraak. Er worden vaste vertaalprincipes gehanteerd, maar die veranderen met de tijd. Ooit was het gebruikelijk zo letterlijk mogelijk te vertalen. Maar ook zogenaamd ‘concordant’. Men vertaalt dan zoveel mogelijk eenzelfde woord in het origineel met eenzelfde woord in de ontvangtaal. Dat is consequent, en het kan een enorme hulp zijn bij Bijbelstudie. Maar soms heeft een woord in de originele tekst twee of meer betekenissen waar de ontvangtaal nu eenmaal verschillende woorden voor heeft. Concordant vertalen wordt dan ook zelden volledig consequent toegepast, maar er werd in het verleden wel naar gestreefd. De Statenvertaling is zo’n vertaling. Maar ook de NBG’51 Vertaling, hoewel wat minder consequent. Hieraan danken wij bijvoorbeeld nog de uitdrukking Oude en Nieuwe ‘Testament’. De rabbijnen die het Hebreeuws van het OT in het Grieks vertaalden, kozen voor het typisch Bijbelse begrip ‘verbond’, een Grieks woord dat eigenlijk ‘testament’ betekende, in onze betekenis van laatste wilsbeschikking. Want een echt testament kwam in de Joodse cultuur toch niet voor (erfrecht was geregeld in de Mozaïsche Wet). De schrijvers van het (Griekse) NT hebben dat woord overgenomen, en de SV vertaalt dat overal consequent met ‘testament’. Hij laat het aan de lezers over om uit te vinden wat dat in het verband betekent. De NBG’51 Vertaling richt zich echter op de oudtestamentische achtergrond en vertaalt het met ‘verbond’, behalve waar de vertalers gemeend hebben dat inderdaad testament is bedoeld.
Dynamisch equivalent
Tegenwoordig ziet men meer in de zogenaamde ‘dynamisch equivalent’ methode. Daarbij moet de vertaling gelijkwaardig (equivalent) zijn aan het origineel, maar wel met de ‘dynamiek’ van de ontvangtaal. Als Jesaja zegt: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw’, en je wilt dat vertalen in de taal van een tropisch land, waar sneeuw onbekend is, zoek je een equivalent voor sneeuw. Maar dan heb je weer een ander beeld nodig voor: ‘Evenmin als sneeuw in de zomer … past eer bij een dwaas’. Of: ‘(de degelijke huisvrouw) vreest de sneeuw niet voor haar gezin. Je hebt dan geen één-op-één relatie meer tussen het oorspronkelijke woord en het vertaalde. Maar de vertaler streeft daar ook niet naar; hij wil alle ideeën zo goed mogelijk overbrengen, en kiest daarvoor de beste beelden (als ze maar ‘equivalent’ zijn). Hierin ligt de kracht van deze methode, maar hierin schuilt ook het risico. Want het is de vertaler die beslist wat ‘equivalent’ is.
Gist
Een goed voorbeeld is het begrip zuurdeeg (of: zuurdesem). Dit is een stukje deeg dat men zuur laat worden. Dit wordt door nieuw deeg gekneed om het te ‘doorzuren’ (Matteüs 13:33). Het dient om het deeg tijdens het bakken te laten rijzen. Vóór het bakken wordt eerst een beetje van het deeg genomen en opzij gezet om zuur te worden voor de volgende keer. Omdat moderne vertalers overwogen dat tegenwoordig gist wordt gebruikt om deeg te laten rijzen, hebben zij zuurdesem overal vervangen door gist. Nog afgezien van het feit dat hiermee een stukje geschiedvervalsing in de Bijbel wordt geïntroduceerd: is dit echt equivalent? Het proces van doorzuren, stukje deeg apart zetten en zuur laten worden, en door het volgende deeg kneden om dat te doorzuren, spreekt van een continuïteit: steeds wordt het nieuwe gemengd met het oude. Totdat het ‘Paasfeest’ kwam met het ‘feest van de ongezuurde broden’. Dan moest alle oude zuurdeeg worden weggedaan. Pasen markeerde de nieuwe oogst en na het feest van de ongezuurde broden begon het proces met meel en deeg van de nieuwe oogst opnieuw. Pasen was dus echt een nieuw begin, waarbij een punt gezet werd achter het oude. Gist kan dit beeld van continuïteit niet weergeven: het is iets van buitenaf. Een stukje Bijbels beeld is dus door de vertaler ‘wegvertaald’. En hier gaat het dan nog om een betrekkelijk neutrale zaak. De ‘verleiding’ voor de vertaler om zijn eigen begrip van de tekst voorrang te geven zal echter toenemen, zodra er ook theologische opvattingen in het geding zijn.
Parafrasen
Soms streeft een vertaler niet eens naar een directe vertaling; we noemen dat een parafrase. Een parafrase is het eindstation van de vrije taalopvatting. De ‘vertaler’ neemt dan de rol op zich van verteller die het verhaal navertelt in eigen woorden, ongeveer zoals bij een kinderbijbel. Enkele voorbeelden kunnen dit verduidelijken:
In Marcus 2:22 leest de NBV: ‘Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken’. De parafrase Het Boek geeft hier: ‘Wie doet er nu jonge wijn in oude leren zakken? Het leer van oude wijnzakken is hard en stug. Door het gisten van de jonge wijn komen er barsten in. De wijn gaat verloren en de zakken zijn waardeloos. Nee, jonge wijn doet u in nieuwe, soepele wijnzakken.’
Jezus’ woordspeling in Matteüs 15:11 (‘Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitkomt, dat maakt een mens onrein’) gaat geheel onnodig verloren in de parafrase: ‘U wordt niet slecht door wat u eet en drinkt. U wordt slecht door wat u denkt en zegt.’ Onnodig omdat Jezus zijn bedoeling zelf uitlegt aan zijn discipelen, die Hem in eerste instantie niet begrepen; hun onbegrip is in de parafrase zelfs volkomen onlogisch geworden. En de relatie met de (on)reinheid onder de Joodse wet is volledig zoek geraakt. En de argeloze lezer die denkt dat hij hier een weergave van Jezus’ woorden heeft, wordt daarin bedrogen.
In Lucas 5:2-3 leest NBV ‘Hij (Jezus) zag twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. Hij stapte in één van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.’ De parafrase voegt details toe: ‘Hij zag twee boten liggen die half uit het water waren getrokken. De vissers stonden iets verderop hun netten schoon te spoelen. Jezus stapte in de boot van Simon en vroeg of hij Hem een stukje van de oever wilde afduwen. Daarna ging Hij zitten om de mensen meer over God te vertellen.’
De opvatting van de vertaler
Wellicht de bekendste gebeurtenis uit de evangeliën is de geboorte van Jezus. Miljoenen kerststalletjes getuigen van de opvatting van velen, dat herders en koningen (of wijzen) elkaar verdrongen rond de kribbe om het pasgeboren kind te aanbidden. In werkelijkheid staat het verhaal over de geboorte in Lucas 2 en dat van de wijzen in Matteüs 2. En zorgvuldig lezen van Mattheüs toont dat de komst van de wijzen een jaar of meer na de geboorte plaats vond. Dat was trouwens ook al duidelijk uit het feit dat Jozef en Maria volgens voorschrift het kind een maand na de geboorte naar de tempel brachten (Lucas 2:22 e.v.). Maar het misverstand wordt duidelijk in stand gehouden als door ‘Het Boek’ ons vertelt: ‘Jezus werd geboren in Bethlehem … in dezelfde tijd kwamen er enkele sterrenkundigen uit het oosten naar Jeruzalem.’
Nog groter is de vrijheid van ‘Het Boek’ in Johannes 1. In de NBG’51 staat daar: ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God … Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.’ Gewoonlijk wordt aangenomen dat ‘het Woord’ Christus aanduidt. In zijn ijver dit duidelijk te maken geeft ‘Het Boek’ dit weer als: ‘In het allereerste begin was Christus er al. Hij was bij God en was Zèlf God. Alles ontstond door Zijn Woord. Zonder Hem is niets ontstaan; al het bestaande heeft Hij gemaakt.’ Deze ‘vertaling’ geeft niet langer weer wat Johannes heeft geschreven, maar wat men vindt dat Johannes had moeten schrijven.
En dus
Moderne vertalers doen hun best de oorspronkelijke tekst zo begrijpelijk mogelijk weer te geven in de taal van onze tijd. Maar dat dwingt hen meer vrijheid te nemen en daarmee introduceren zij noodzakelijk meer ‘eigen opvatting’ in de vertaling. Daarnaast is er ook geen herkenbare koppeling meer tussen een woord in het origineel en de woorden in de vertaling. En ook dat maakt zulke vertalingen minder geschikt voor Bijbelstudie. Wie dus de Bijbel zelf wil bestuderen doet er goed aan uiteindelijk terug te grijpen op een meer traditionele vertaling.
Voor meer artikelen over Bijbelse onderwerpen met wisselende diepgang en een verscheidenheid aan schrijvers zie ons maandblad De roeping van boven