Broeders in Christus

Bijbels in de omgangstaal

Een geheel aparte categorie vormen de zogenaamde ‘Bijbels in de omgangstaal’. De gedachte daarachter is vaak heel verschillend. Dat kan de wens zijn het traditionele plechtstatige taalgebruik te moderniseren, maar ook de wens om de verhaalstijl zelf veel eigentijdser te maken. In dat laatste geval kunnen we eigenlijk al niet meer van een vertaling spreken; het is dan meer een ‘navertellen’ van het verhaal. In vaktaal heet dat een ‘parafrase’. Soms zijn zulke uitgaven het initiatief van één individu, die er zijn eigen ideeën in kwijt wil, maar soms is het een initiatief van een Bijbelgenootschap of een organisatie. Het komt tegenwoordig vaker voor nu een basiskennis van de Bijbel steeds meer ontbreekt.

Afgezien van enkele particuliere initiatieven, ging het in het Nederlands taalgebied tot voor kort eigenlijk maar om twee uitgaven, beide als Nederlandstalige varianten van internationale initiatieven. De ‘Groot Nieuws Bijbel’ (GNB), een gezamenlijke uitgave van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting, valt nog net onder de vertalingen. Dit betreft de Nederlandse versie van een internationaal initiatief met een gemeenschappelijke aanpak, en ook wereldwijd met dezelfde illustraties. Bij zijn verschijnen werd hij aangeprezen als de Bijbel voor de moderne tijd, maar dat is intussen wat teruggenomen. Hij wordt nu aanbevolen voor beginnende bijbellezers (ook kinderen) die zo vertrouwd kunnen raken met de bijbelse boodschap. Na verloop van tijd, en met wat meer ervaring (of leeftijd) zouden ze dan echter toch beter kunnen doorstromen naar een meer traditionele vertaling. ‘Het Boek’, van de Stichting ‘Living Bibles Holland’, de Nederlandse afdeling van ‘Living Bibles (= levende Bijbels) International’ is eveneens de Nederlandse versie van een internationale aanpak. Maar dit, een navertellen van het oorspronkelijke verhaal, is duidelijk een parafrase. Hoewel de ‘vertaler/naverteller’ wel degelijk heeft getracht zich in principe aan de oorspronkelijke tekst te houden, aarzelt hij toch niet om het verhaal aan te passen wanneer hij meent dat het anders onvoldoende begrijpelijk zou zijn.

Recentelijk is daar de 'Bijbel in Gewone Taal' (BGT) bijgekomen. Deze is een uitgave van het Nederlands Bijbelgenootschap, en probeert de Bijbel gemakkelijk leesbaar en direct begrijpelijk te maken. Op zich een goed initiatief, maar wat je direct begrijpt is de mening van de vertaler. Dat geldt tot op zekere hoogte voor alle vertalingen, maar hoe meer de tekst vertolkt wordt, hoe explicieter de gangbare meningen naar voren komen. Een voor ons essentiële basis voor bijbelstudie (het luisteren naar weerklanken), is grotendeels verloren gegaan. U vindt op die pagina over weerklanken ook enkele voorbeelden daarvan. Als je iets verder kijkt dan overheerst het gevoel dat de BGT vertalers het Oude Testament niet zien als het woord van God, maar als legendes die door mensen overgeleverd zijn. Een voorbeeld daarvan zien we in Genesis 6 waar wordt gesproken over de “zonen van God”. De vertalers van de BGT hebben gemeend deze mensen als ‘goden’ te moeten beschrijven en hun kinderen als ‘halfgoden’. Je bent dan terechtgekomen gekomen in de mythologie, zoals herkenbaar bij de Grieken. Verderop in het Oude Testament wordt Israël overigens ook beschreven als Gods zoon. Dit wordt 'vertaald' als "Toen mijn volk nog jong was hield ik van hen. Net zoals een vader houdt van zijn zoon."
Dit zou gedaan zijn omdat lezers de metafoor (zoon van God) niet zouden begrijpen. Maar als je dan tot het Nieuwe Testament komt wordt ineens wel gesproken over de gelovigen als kinderen van God. En blijkbaar is hier de metafoor geen enkel probleem meer voor de lezer. Het mag duidelijk zijn dat dit meer zegt over de mening van de vertalers dan over het begrijpen van metaforen. Overigens levert dit ook problemen op met het citaat in Matteüs 2:15, waar de tekst in Matteüs heel anders luidt dan het geciteerde uit Hosea 11:1. Wie niet klakkeloos aanneemt dat de Bijbel deels mythologie is en een Bijbels uitleg zoekt kan wellicht hier terecht: Wie zijn de zonen van God?.

Het taalgebruik

In het algemeen worden zulke moderne uitgaven uiteraard gekenmerkt door moderner taalgebruik, maar ook door kortere zinnen. Dat betekent dat de oorspronkelijke zinnen worden opgedeeld in afzonderlijke delen. En beschrijvingen die als te ingewikkeld worden beschouwd, worden verduidelijkt door middel van meer concreet taalgebruik. Dat heeft echter als onvermijdelijke consequentie dat de vertaler veel meer eigen interpretatie in de vertaling moet stoppen dan eigenlijk wenselijk is. Met andere woorden: je wordt veel meer afhankelijk van zijn opvattingen en (helaas onvermijdelijk) van zijn godsdienstige achtergrond, ook al is het zijn oprecht streven de vertaling zo neutraal mogelijk te houden. Klassieke talen als Hebreeuws en Grieks hebben nu eenmaal een totaal andere structuur dan bijvoorbeeld onze moderne westerse talen. En dan moet je als vertaler keuzes maken, en die keuzes berusten nu eenmaal onvermijdelijk op zijn begrip van de tekst. Doe je dat niet, en geef je het origineel zo compleet mogelijk weer in onze taal, dan krijg je juist dat typisch ‘bijbelse’ woordgebruik dat zo kenmerkend is voor oudere vertalingen.

Parafrases gaan in dit opzicht nog een stap verder dan echte vertalingen, doordat zij ertoe neigen ook de beschrijving zelf aan te passen. Maar daarmee wordt je nog verder afhankelijk van de opvattingen van die vertaler. Zulke praktijken worden soms verdedigd met het argument dat de oorspronkelijke boodschap, vooral die van de evangeliën, in zijn tijd ook was gesteld in simpele taal (de apostelen waren immers maar simpele visserslui), maar dat is absoluut niet waar. Sommige boeken van de Bijbel zijn geschreven in zeer verheven taal. En veel uitspraken van Jezus waren voor zijn tijdgenoten ook niet onmiddellijk duidelijk, zoals duidelijk blijkt uit hun reacties.

Enkele voorbeelden

Enkele voorbeelden zullen dit sneller verduidelijken dan hele bladzijden betoog. In Lucas 2:9 lezen we hoe een engel de geboorte van de Messias verkondigt aan een groep herders in de omgeving van Betlehem. De NBG’51 geeft dan vervolgens: “en zij vreesden met grote vreze”. Dit is een typisch Hebreeuwse taalconstructie (wellicht een aanwijzing dat Lukas dit direct van Maria gehoord heeft). Ook de Statenvertaling had dit zo. Eigenlijk zou het meer in de stijl van de NBG’51 zijn geweest, wanneer daar had gestaan: “zij waren zeer bevreesd”. Maar men heeft de uitdrukking - die intussen een staande uitdrukking in onze taal is geworden - blijkbaar niet willen (of durven) veranderen. In modern Nederlands zou je ‘vrees’ waarschijnlijk dan ook nog liever weergeven als angst of bang zijn. De GNB vertaalt het daarom ook als: “Ze werden verschrikkelijk bang”. Wat je echter weer niet moet doen is wat een bepaalde parafrase deed: “zij schrokken zich een ongeluk”. In de eerste plaats omdat dit nodeloos populair is, maar vooral omdat schrikken en bang zijn toch verschillende begrippen zijn. Wanneer er op mijn werk wel eens plotseling een collega achter mij stond, die ik niet had horen binnenkomen, schrok ik daar wel eens van, maar ik was echt niet bang voor hem. ‘Het Boek’ doet het daarom best goed met: “Ze werden verschrikkelijk bang”. Beter zelfs dan de NBV met: “… zodat ze hevig schrokken”.

Maar ‘Het Boek’ gaat weer helemaal in de fout in Matteüs 15:11. Jezus zegt daar, volgens de NBG’51: “Niet wat de mond binnengaat, maakt de mens onrein, maar wat de mond uitkomt dat maakt de mens onrein”. Dit is een bewust provocerende uitspraak, waarmee Jezus zijn toehoorders aan het denken wil zetten. Zijn discipelen komen daarom achteraf naar Hem toe om te vragen wat Hij daarmee bedoelt. De NBV en de GNB geven daarom niet echt een andere vertaling. Maar in ‘Het Boek’ lezen we: “U wordt niet slecht door wat u eet en drinkt. U wordt slecht door wat u denkt en zegt.” Dat is inderdaad wat Jezus met zijn uitspraak bedoelde, maar het was nu eenmaal niet wat Hij zei. En als Hij dit had gezegd, zou je ook niet kunnen begrijpen waarom de discipelen zoveel moeite hadden met zijn uitspraak. Dit is dus een kenmerkend voorbeeld van een ‘doorgeschoten’ vereenvoudiging.

Efeziërs 1:15-21 in de NBG’51 (één lange zin):

Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden, opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw.

In de NBV (vier aparte zinnen):

Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer, en over uw liefde voor alle heiligen, dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige.

In HET BOEK (zeven zinnen, vrijer weergegeven, meer tekst):

Daarom houd ik ook niet op God voor u te danken, want ik heb gehoord hoe groot uw geloof in de Here Jezus en uw liefde voor alle christenen is. Ik bid altijd voor u en dan vraag ik de God van onze Here Jezus Christus (de Vader Die alle eer verdient) u wijsheid te geven, opdat u helder en duidelijk zult zien wie Christus is en Hem door-en-door zult kennen. Ik bid dat u innerlijk vol licht zult zijn, zodat u iets zult zien van de heerlijke toekomst, waarvoor u geroepen bent. Dan zult u weten wat een geweldige rijkdom God voor al Zijn kinderen heeft klaarliggen. Ik bid dat u zult beseffen hoe ontzaglijk groot de kracht is, die God ter beschikking stelt aan ons die in Hem geloven. Door diezelfde grote kracht is Christus uit de dood teruggekomen om de belangrijkste plaats naast God in te nemen. Nu is Hij hoog verheven boven elk gezag, elke macht, kracht en regering, boven alles waarvoor men respect heeft; niet alleen in deze wereld, maar ook in de wereld die komt.

In de BGT (veertien zinnen, veel eigen interpretatie, nog iets meer tekst):

Ik heb gehoord dat jullie in de Heer Jezus geloven, en dat jullie van alle christenen houden. Daarom dank ik God voor jullie allemaal. Ik noem jullie in al mijn gebeden. Ik vraag dan aan God of hij jullie door de heilige Geest nog meer wijsheid en inzicht wil geven. Dan kunnen jullie hem steeds beter leren kennen. Hij is de God van onze Heer Jezus Christus, en hij is onze machtige Vader.
Ik vraag God of hij jullie inzicht wil geven. Dan zullen jullie begrijpen dat jullie door hem uitgekozen zijn om gered te worden. Dat jullie allemaal bij hem horen omdat jullie christenen zijn, en hoe geweldig dat is. Dan zullen jullie begrijpen hoe enorm groot zijn macht is, en dat die macht in alle gelovigen aan het werk is.
Met diezelfde grote macht liet God Christus opstaan uit de dood, en gaf hij hem een plaats in de hemel. Christus zit daar nu naast God, aan de rechterkant. Christus heerst nu over alle hemelse machten en krachten. Hij is belangrijker dan iedereen in onze tijd en in de tijd die komt.