Broeders in Christus

English version Nederlandse versie

De nacht is ver gevorderd,

de dag is nabij

Inhoud studies

Waar willen we het over hebben

Je lijkt tegenwoordig geen krant meer te kunnen opslaan, geen radio of TV meer te kunnen aanzetten of je hoort van rampen. Natuurrampen, aardbevingen, ver-woestende tsunami’s, overstromingen of juist extreme droogte, en dus misoog-sten gevolgd door honger. In de westerse wereld stijgt de werkeloosheid en volgt de ene financiële crisis op de andere. Niemand is meer zeker van zijn inkomsten of zijn spaargeld. De maatschappij om ons heen verruwt; we worden in toenemende mate geconfronteerd met religieus fundamentalisme; en het terrorisme, dat decennialang op zijn retour leek, begint zich weer onweerstaanbaar te verbreiden. De ‘zekerheden’ van onze maatschappij beginnen ons te ontvallen, en plaats te maken voor een toenemend gevoel van onveiligheid. Zijn dit tekenen van een naderend einde? En wat heeft de Bijbel ons daarover te vertellen?

Op die eerste vraag valt niet met absolute zekerheid een antwoord te geven; maar naar die tweede willen we met u gaan kijken. Want een naderend einde betekent uiteindelijk de wederkomst van Christus, en dan wordt het voor ons tijd om ons af te vragen hoe we daar tegenaan kijken: met blijde verwachting, of met angstige vrees? Verwacht in de Schrift echter geen nauwkeurige ‘dienstregeling’ van de gebeurtenissen die ons te wachten staan. Hooguit een globale karakteri-sering. Want hij vertelt ons in dit soort situaties zelden alles wat we graag zouden willen weten (om onze nieuwsgierigheid te bevredigen), maar uitsluitend wat we moeten weten (om niet mee ten onder te gaan).

Wat gaan we doen

Je hoort in christelijke kringen heel veel verschillende dingen over die tijd van de wederkomst. Dingen die zich soms moeilijk met elkaar laten rijmen. Dat betekent dus dat we eerst moeten gaan schiften: wat is bijbels en wat niet. In studie 1 willen we daarom kijken naar wat de Schrift nu eigenlijk aan werkelijk bruikbare informatie heeft te bieden. Daarbij zullen we voortdurend stuiten op de waar-schuwing zich niet door duidelijk aangekondigde gebeurtenissen te laten verras-sen, niet ‘slapend te worden gevonden’, maar ‘gereed’ te zijn. Dat geldt dus des te meer, aan de vooravond van de grootste gebeurtenis aller tijden, voor ons die het ‘voorrecht’ hebben die tijd mee te mogen maken. Vooral in dàt verband vin-den we die oproep om ‘gereed’ te zijn wanneer Christus komt. We zullen ook ontdekken dat Jezus in Zijn waarschuwingen de aandacht van Zijn gehoor vestigt op een aantal gebeurtenissen in het verleden, die we kunnen opvatten als een patroon. En Hij drukt ons op het hart te kijken wat dáár fout was gegaan, en die lessen toe te passen in ons leven, om niet zelf net zo in de fout te gaan.

Maar om te begrijpen wat daar fout ging, moeten we leren Gods hand te zien in wat er om ons heen gebeurt, en dan vervolgens te begrijpen wat dat betekent. Dat willen we dan doen in studie 2. Want de mensen van destijds hebben voor het merendeel Gods hand niet herkend in de gebeurtenissen die hen overkwa-men. Ze hebben zich gekoesterd in de valse hoop dat het allemaal wel mee zou vallen. Ze meenden dat God hen wel zou vrijwaren voor de gevolgen van het oordeel dat Hij over hun wereld ging brengen, en hebben Zijn waarschuwingen niet ter harte genomen. Ze namen de waarschuwingen van die ‘vreemde man met zijn ark’ niet ter harte, zodat uiteindelijk alleen Noach met zijn familie ontkwam. Ze namen de waarschuwing van die ‘vreemdeling in hun midden’ niet ter harte, zodat alleen Lot met zijn dochters ontkwam. En ze namen de waarschuwingen van ‘die hoer bij de stadsmuur’ niet ter harte, zodat alleen Rachab met haar familie ontkwam. Geen van die generaties besefte dat God hen, soms eeuwenlang, geduldig de kans had gegeven hun leven op orde te brengen, maar dat die tijd nu ten einde liep. En dat staat daar omdat wij daarvan moeten leren!

Het is echter niet voldoende om in die gebeurtenissen Gods hand alleen maar te zien. We moeten ook begrijpen wat dat betekent, wat nu precies die lessen zijn die wij daaruit moeten leren. In studie 3 willen we daarom dat aspect onder de loep nemen. En dat willen we doen aan de hand van een ‘eindtijd’ die in de 1e eeuw nog toekomst was, zij het zeer nabije toekomst: de ondergang van Jeruza-lem in het jaar 70. Want dat was het definitieve einde van het Oude Verbond. En er is alle reden te verwachten dat het oordeel dat ons te wachten staat veel ge-meen zal hebben met dat van toen, en om dezelfde redenen. En dan kun je daar dus veel van leren. Zij die daarbij omkwamen meenden zelf bij uitstek godvre-zend te zijn. En toch kwamen zij om, omdat zij van de werkelijke aard van de aanval op Jeruzalem hadden kunnen weten, maar zich desondanks koesterden in een vals vertrouwen dat God die val van ‘Zijn’ stad nooit zou laten gebeuren. De apostel Paulus beschrijft het als een situatie waarin mensen zelf zouden tonen aan welke kant zij werkelijk stonden. En daarom is het van belang dat wij helder voor ogen hebben wat zij toen fout deden. Want zij werden niet ‘gestraft’ omdat zij Jezus hadden gekruisigd, maar gingen zelf hun ondergang tegemoet omdat zij, ook na de prediking van de apostelen, Zijn woorden niet ter harte hadden genomen en Zijn waarschuwing niet hadden geloofd.

In studie 4 willen we tenslotte de conclusie trekken. Wat is nu precies de waar-schuwing, waar moeten we op voorbereid zijn, wat wordt er van ons verwacht. En niet in de laatste plaats: waar mogen we naar uitzien wanneer we ‘volharden tot het einde’. Wat ons te wachten staat, zijn de geboorteweeën van een nieuwe tijd; en dat zullen spannende tijden zijn. Jezus had gezegd dat de mensen ‘onmachtig zullen worden van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren’. Maar ook: ‘Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want je verlossing is nabij’. Dat zou wel eens het uiterste kunnen vragen van ons geloof en ons vertrouwen op God. Niemand van ons heeft een gegarandeerd entreebil-jet tot Gods komende koninkrijk. Die nieuwe wereld die Hij beloofd heeft aan wie Hem trouw zijn gebleven. Die toegang zal alleen worden verleend aan wie Hij dat waardig acht. En of we het waardig zijn moeten we tonen door standvastig op Hem te blijven vertrouwen, juist in de zware tijden die ons te wachten staan. Voor wie volhardt tot het einde zal de beloning echter groot zijn:

God zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij. (Op 21:4)

 

Klik hier voor het programma van de studiedag.

"Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad."

Psalm 119:105